De Jungfrau Marathon met 1829 hoogtemeters

/, Hiken, Raceverslag/De Jungfrau Marathon met 1829 hoogtemeters

De Jungfrau Marathon met 1829 hoogtemeters

Als je mij dit een paar jaar geleden gezegd had, had ik je niet geloofd. En nog steeds kan ik het niet helemaal geloven. Pas als ik de foto’s terug zie, weet ik wat ik gedaan heb: de Jungfrau Marathon gelopen én gefinisht. Eén van de zwaarste én mooiste Marathons van de wereld. 42,195 Kilometer met 1829 hoogtemeters.

HOOGTEMETERS

Dat ziet er in een grafiek zo uit:

hoogtemeters Jungfrau Marathon
hoogtemeters Jungfrau Marathon. bron: website www.jungfrau-marathon.cz

Het is inmiddels een maand geleden geleden dat ik naar Zwitserland vertrok, maar ik had nu pas de fut om achter mijn laptop te kruipen en het verslag te schrijven. Mocht je in spanning hebben zitten afwachten: sorry. Maar hier is hij dan, mijn raceverslag van de Jungfrau Marathon.

TRAININGEN EN RUSTEN

Eerst wil ik nog een stukje wijden aan mijn trainingen vooraf. Ik ben zeven maanden begeleid door Leatitia die deze Marathon zelf al zes keer gelopen heeft. De trainingen zijn goed gegaan: drie keer per week trainen, duurlopen tot vijfentwintig kilometer, zware traptrainingen en zweten op die verrekte saaie loopband.
Tot ik zo ongeveer een maand voor de Marathon erg moe werd. Mijn trainingen begonnen mij tegen te staan. Ik heb mij er overheen proberen te zetten en nog even willen doorduwen, maar samen met Leatitia en het thuisfront (die het al langer zag aankomen) besloot ik: ik moet nu rust boven keihard door trainen verkiezen. Fit ben ik toch wel.
Speciaal bedankje naar the boyfriend: wat ben ik blij dat jij mij, omwille mijn vastberadenheid, zo goed in de gaten hebt gehouden en op de juiste momenten streng bent geweest.

RACEDAY

De dag waar ik zolang naar uitgekeken heb. Maanden voor getraind heb. Het regent al dagen en op de voet hield ik verschillende weerapps bij. Op de dag zelf blijkt dat het weer best mee ging vallen.
Bij de start zal het droog zijn en zoals het er naar uit zag, bleef het droog. Wel liepen we van 17 graden in Interlaken naar 0 graden op de Kleine Scheidegg, bij de finish. Dus besloot ik een rugtasje op te doen met een truitje met lange mouwen, en heel dun regenjasje en een lange tight. Het laatste wat je wilt is oncomfortabele laatste kilometers.

Ik heb heel slecht geslapen. Veel wakker geweest en (laten ik het maar gewoon noemen zoals het is, het zal Marathon-lopers niet vreemd klinken) ik was flink aan de diarree, tot aan de start aan toe. Ik kon niks binnenhouden. Pilletjes bij de apotheek gehaald. Ondanks dat, was ik vastberaden, ik had er zelfs zin in.
Ik had afgesproken met Marieke, een Frans/Nederlandse dame die nu in Zwitserland woont die ik al jaren via Instagram ken, we zouden loopmaatjes zijn tijdens de race.

Bij de tassen word ik aangesproken door een dame die mij van Facebook herkent. Wat blijft dat toch leuk.
Na wat zenuwplasjes staan we in het startvak. Mark en ik hadden twee Amerikanen in de trein ontmoet die staan opeens naast me. Ik krijg er nu nog meer zin in.

DE EERSTE TWINTIG KILOMETER

De eerste tien kilometer gaan als een rondje om/door Interlaken heen. Vlakke weg met veel supporters langs de kant. Mark zie ik bij de vijf kilometer ongeveer. Vanaf hier begint voor hem ook het (trein-)avontuur: hij gaat mij op zoveel mogelijk plekjes aanmoedigen.
Van Interlaken naar Lauterbrunnen word het steeds mooier, we rennen langs een meer en je merkt dat we steeds wat hoger klimmen. Marieke en ik blijven ons verbazen over hoe snel de kilometers gaan.

Onderweg komen we de trein tegen, vol met supporters, hangend en zwangend uit de ramen. Super motiverend! Net voor het dorp van Lauterbrunnen, op ongeveer 20 kilometer staat Mark. Gauw even een kusje en door.
Dan rennen we het dorp van Lauterbrunnen in, waar ik in 2017 mijn tien kilometer estafette begon. Een bekend stuk voor mij dus. Langs de waterval, de Zwiterserse boerderijtjes met koeien, supporters met luid Zwitserse bellen. ‘hoja hojaaa’ en ‘hop hop’ word er geroepen. De kilometers vliegen voorbij! Nieuwsgierig naar wat ons te wachten stond.
Om de zoveel kilometer app ik met Mark waar ik loop en waar hij precies staat te wachten. Het motiveert om door te gaan.

MUUR VAN WENGEN

Door Lauterbrunnen heen, naar de muur van Wengen op 25.8 kilometer, een klim van 450 meter. De steilste klim van de Marathon. Deze heb ik dus ook in 2017 gelopen dus ik wist wel wat mij te wachten stond, alleen had ik toen daarvoor niet al 26 kilometer gelopen.
Mensen beginnen te wandelen, sommigen kunnen het aardig snel volhouden, ik niet, ik neem lekker mijn tijd, af en toe vasthoudend aan de hekken langs de kant, stop even om om te kijken, naar het uitzicht, Marieke is inmiddels een stuk sneller als ik en wacht af en toe op mij. Soms begin ik van gekkigheid achterstevoren te lopen, ik kan mij niet voorstellen dat dit nog twee kilometer duurt!
Hier ben ik Nederlandse toch niet voor gebouwd, haha!
Bij een soort poortje word zoals elk jaar ‘the Wall’ (Pink Floyd) gedraaid.
Er staan nog steeds veel supporters langs de kant.

WENGEN

Na lang klimmen komen we dan bijna in Wengen aan. Het punt waar in 2017 mijn estafette stopte. Heel erg benieuwd wat hierna komt!
Marieke en ik hebben niet meer hetzelfde looptempo en Marieke besluit door te lopen. Inhouden is voor haar alleen maar vermoeiender.
Af en toe komt er een stemmetje in mijn hoofd dat zegt lekker te stoppen bij dertig kilometer en lekker met Mark mee naar huis te gaan.
Maar natuurlijk overheerst de nieuwsgierigheid wat er hierna nog meer komt en overheerst de drang om te finishen.
Het is een spelletje wat doorgaat in je hoofd, ook dit zal elke marathon-loper niet vreemd in de oren klinken.

WAT ER NA WENGEN KOMT

Net na Wengen zie ik Mark weer, hij loopt een stuk met mij mee. Het verbaasd mij nog hoe fit ik ben en makkelijk met hem klets. Ik weet dat hij ongelooflijk trots is als ik finish, dus wanneer hij mij weer alleen laat, ben ik vastberaden door te lopen.

Van te voren wisten we dan we richting het vriespunt zouden lopen en ik ben benieuwd wanneer ik het dan koud zal gaan krijgen. Ik loop bij kilometer zevenendertig nog steeds in korte broek en shirt.
We lopen steeds meer in de wolken en het word fris. Doe mijn sleeves in ieder geval al aan. Ik ben bang dat ik kramp ga krijgen in mijn kuiten van de kou, dus besluit bij het volgende bankje/punt waar ik makkelijk kan zitten mijn lange broek aantrek. Aan de andere kant heb ik totaal geen zin om uit mijn concentratie te komen. Het duurt nog zeker een kwartier tot er een bankje op duikt. Ik ga zitten en trek mijn schoenen uit,  ik doe dit iets te hard, waardoor er juíst een krampje mijn kuit inschiet! Mijn andere schoen doe ik met veel voorzichtigheid uit. Ik zie veel mensen kijken, of ze het slim of dom vinden weet ik niet, maar ik vervolg super comfortabel mijn weg!
Ik passeer een man in korte broek en bloot bovenlijf, zie wel dat hij een truitje om zijn middel gebonden heeft en vraag aan hem of het niet beter is om zijn truitje aan te doen. ‘Nah I am good, but thank you though!’ En ik loop door.

Het parcours is wisselend stukjes omhoog en vlak. Het valt mij op dat ik best nog wat kan rennen en steeds mensen inhaal. Ik sta echt versteld van mijzelf en ik geniet met volle teugen.
Het uitzicht rechts van ons is fenomenaal, toch ben je er niet zo mee bezig tijdens het lopen. Ik stop af en toe om een foto te maken, om er later nog van te genieten.

Dan zien we weer de trein met supporters en ik kijk of ik Mark toevallig zie en jawel, uit een raampje staat hij naar mij te zwaaien. Ik weet dat ik hem bij het laatste station voor de finish, in Wengernalp, nog een keer zie en vanaf daar loopt hij weer een stuk mee.

Ik krijg een appje van mijn trainster en app waar ik nu ben. Ze zegt dat ik door moet gaan hoe ik aan het gaan ben. Ik vraag of ik het ga redden (er is ook een tijdslimiet op twee punten, één ben ik al succesvol voorbij) en zij schrijft de magische woorden: ‘ja je gaat het halen‘ terug. ‘het gaat écht pijn doen vanaf nu, maar gewoon doorgaan’. En dan realiseer ik mij dat ik het écht ga halen. Het tweede tijdslimiet kom ik ruimschoots op tijd voorbij, met nog vijfentwintig minuten speling.
Het is nog zo’n 4 kilometer vanaf nu. En ik red het zelfs als ik er vanaf nu heel lang over zal doen. Maar die plannen heb ik natuurlijk niet. En ik loop door.
Het valt mij onderweg ook op hoeveel Nederlanders er zijn. Er is hier een daar wat interactie met de lopers onderling, maar niet veel, ieder loopt zijn eigen race. Ik hoor veel mensen zuchten en kreunen en dan prijs ik mijzelf gelukkig dat ik nog zo fit ben. Uiteraard voel ik mijn benen echt wel, maar het overheerst niet.

EN DAN BEGINT HET PAS ECHT

En dan begint het parcours uitdagender te worden, we gaan een soort bos in. Omhoog. We moeten van wortel naar hard stukje klauteren, het is namelijk glad. Zover als ik omhoog kijken moeten we nog kimmen en ik denk ‘serieus?’ Dit was mij niet bekend aan het parcours, dat we een stuk bos door moesten. Mijn benen beginnen wat meer te zeuren. Dan krijgen we regen. Ik doe mijn regenjasje aan.
We gaan het bos uit, maar de lastige klim blijft. Het veranderd nu alleen van boomworstels naar stenen en keien. Het loopt allesbehalve makkelijk.
En weer: zover als ik omhoog kijk, is het klimmen. Er lijkt geen eind aan te komen. Toch blijf ik maar mensen inhalen. Af en toe stop ik heel even, op adem komen, want de ijle lucht begint mij te pakken te krijgen. De combinatie met dat en om je heen kijken, grote rotsen en bergen en een afgrond rechts maakt je je heel kwetsbaar voelen, het maakt mij dizzy. Door blijven gaan, niet meer stoppen.
Het is nu nog maar twee kilometer, maar die duren op deze manier lang. Toch weet ik dat het de laatste kilometer ongeveer het naar beneden knallen is, dus het is nog maar een kilometer klimmen. Ik pak mijn tijd en doe lekker rustig aan. Met een Nederlandse man wisselen we onze snelheid. We halen elkaar in en we stoppen ergens om op adem te komen, dan haalt de ander weer in en zo gaat het een tijdje door.

LAATSTE KILOMETERS

‘Ik kan niet meer’ floep ik er uit. Hij legt een hand op mijn schouder en zegt: ‘niemand hier kan meer’. En ik moet er een beetje om lachen. Nee hij heeft gelijk denk ik, en ik ga weer door.
Ik zie twee brancards met mensen naar beneden gedragen worden.
En dan sta hij er, de man met de doedelzak. Alleen hij speelt niet. Bummer. Keek zo naar dat moment uit, maar dit betekend wel dat we er bijna zijn.
Ik zie een vrijwilliger langs de kant staan en terwijl ik naar boven wijs vraag ik haar: dat is de laatste klim toch? En ze schud haar hoofd en zegt: nee, daarna nog vijfhonderd meter ongeveer. Nou ik kan je vertellen, na die enelaatste klim (dus) zag ik die laatste vijfhonderd meter en die leek wel een eeuwigheid te duren. Maar vanaf daar, dat kleine laatste heuveltje, waar vrijwilligers staan te helpen je erover heen te helpen weet je: vanaf daar is het alleen nog maar naar beneden.

Af en toe kijk ik om en zie ik die lange sliert met mensen achter mij. Onwerkelijk dat ik daar een deel van uitmaak. En gelukkig een stuk voor loop.
Het heeft echt iets magisch.

Ik kom over het heuveltje heen en ik zie in de verte de finish en het (voor mij uit 2017) bekende treinstation. Rechts van mij duikt het meer op welke ik wist dat er bij kilometer eenenveertig lag. Ik bel met Mark en roep dat ik er bijna ben en de finish kan zien. Ik ben zo blij op dat moment!

FINISH

En dan pak ik mijn moment. De laatste (minder dan) één kilometer is gewoonweg genieten! Langs het meer laat ik nog wat foto’s van mij maken. Op dat moment word er ineens geroepen door twee mannen uit de race, hey jij bent Debbie van Instagram. Zo grappig.
En dan vlieg ik naar de finish, met een grote glimlach op mijn gezicht.
Ik finish in 6 uur en 17 minuten.

Direct zie ik Mark en vlieg hem om zijn nek. Ik had mij zo voorgesteld dat ik zal huilen als ik er was, maar nee hoor, vol verhalen loop ik met hem naar de medailles.
Onwerkelijk nog voelt die medaille om mijn nek.
Wat heb ik nu net gedaan? Het duurt nog even voor dat zakt. En eerlijk, nu een maand later kan ik het nog steeds niet helemaal bevatten wat ik heb gedaan. De Jungfrau Marathon uitgelopen en met een glimlach gefinisht.

Trots en met een grote lach vertrek ik bij de Kleine Scheidegg, op weg naar ons appartement, want een lekkere warme douche: die heb ik wel verdient!


By | 2019-10-07T20:11:06+02:00 oktober 7th, 2019|Hardlopen, Hiken, Raceverslag|4 Comments

About the Author:

Debbie, 38 jaar. Onderneemster, office manager (16 u/w) en moeder van de leukste zoon van 11 jaar. Grote passie voor hardlopen, wakeboarden, hiken en reizen. Letterlijk en figuurlijk een actief lezen.

4 Reacties

  1. Casper 7 oktober 2019 at 20:17 - Reply

    Hoi Debbie!

    Voor Mark, volgend jaar, jebent via Datasport de hele dag goed op een app te volgen. Zit een kleine vertraging in. Ook leuk voor het thuisfront!

    • Debbie ~ Fit, Fun & Run 7 oktober 2019 at 20:19 - Reply

      ah bedankt voor de tip, wisten we helemaal niet. maar zo over de app werkte prima zo samen en voor mij extra motiverend!

  2. (American) MIke 15 oktober 2019 at 14:31 - Reply

    This is a great story about your marathon. Your description of the final section almost makes me glad I missed the final cutoff. 🙂

Reageer